Lectures and projects


Since 2003 the Oosters Instituut organizes a biennial lecture which is delivered by an internationally renowned authority on one of its fields of interest. These lectures are named after the first president of the Foundation’s board, Christiaan Snouck Hurgronje. The lectures are public and admission is free. The Foundation wishes, by organizing these lectures, to contribute to the public debate in an original and stimulating way.

Here you find an overview of previous Snouck Hurgronje Lectures.

—–

 

2025

Verslag Zwarte Zee-congres

Op 15 november organiseerde Stichting Zenobia een publiekswetenschappelijk congres, getiteld Scythen en Sultans: van Colchis tot Constantinopel. Het congres vond plaats in de Thomaskerk te Amsterdam en beoogde aan de hand van de contributies van zes sprekers met uiteenlopende wetenschappelijke specialismes licht te werpen op de historische functie van dit gebied als grens en brug tussen Europa en het Nabije Oosten.

Het congres was opgedeeld in drie blokken die verschillende historische perioden behandelden. Het eerste blok richtte zich op de Klassieke Oudheid. In de eerste lezing van het congres besprak Mathieu de Bakker aan de hand van de Historiën van Herodotus de contacten tussen Griekse handelaars en kolonisten en de volkeren van het Zwarte Zeegebied, waaronder met name het steppevolk de Scythen. Mark Heerink onderzocht in zijn lezing de pogingen van de Romeinse schrijver Valerius Flaccus om het overgeleverde Griekse epos de Argonautica, waarin de held Jason de Zwarte Zee oversteekt naar het koninkrijk Colchis op zoek naar het gulden vlies, in het reine te brengen met de toenemende Romeinse kennis van het Zwarte Zeegebied.

Na de lunch werd het tweede blok, dat in het teken stond van de Late Oudheid en de middeleeuwen, muzikaal ingeleid door Roemeense en Turkse muziek gespeeld door leden van het Cununa Ensemble. Ondanks dat verschillende Byzantijnse schrijvers het noordelijke Zwarte Zeegebied voorstelden als een niemandsland betoogde Peter van Nuffelen overtuigend dat er in werkelijkheid een rijke handel bestond tussen Byzantijnse handelaren en de volkeren uit dit gebied. Serena Ferente maakte op haar beurt inzichtelijk dat er tijdens de hoge tot late middeleeuwen een intensieve handel plaatsvond van goederen tussen het Tataarse Rijk in het noordelijk Zwarte Zeegebied en Europa via stadstaat Genua, en handel in goederen en mensen tussen de Tataren het Mamelukse Rijk in Egypte, waar slaafgemaakten vanuit het Krimgebied werden aangevoerd om te dienen in de administratie en het leger en waarvan sommigen het wisten te brengen tot sultan.

Met het laatste blok bereikte het congres de moderne tijd. Houssine Alloul besprak de hechte contacten tussen Osmaanse hoogwaardigheidsbekleders en, ongebruikelijke voor de tijd, niet-adellijke Belgische industriëlen in de negentiende eeuw, die een belangrijke diplomatieke rol speelde in de innige relatie tussen het Osmaanse Rijk en het Koninkrijk België in deze periode. Tenslotte bespraken Daniëlle Slootjes en Ewan Short de omgang in hedendaags Turkije met Byzantijns erfgoed, waarbij zij aan de hand van voorbeelden in Istanbul en Trabzon aantoonden dat dit een belangrijke rol kan spelen in de vorming van lokale identiteiten en er daardoor grote verschillen kunnen zijn tussen het officiële Turkse erfgoedbeleid en de lokale omgang met Byzantijns erfgoed.

Het congres werd goed bezocht en Stichting Zenobia bedankt Stichting Oosters Instituut, Labrys Reizen, Vereniging Ex Oriente Lux, het Nederlands Klassiek Verbond, Het Taalhuis en de tijdschriften MOON en ZemZem voor hun bijdragen en/of samenwerkingen die dit congres mede mogelijk hebben gemaakt.